
Het Oriëntatietraject duurt 4,5 maanden: van begin september tot eind januari. Vanaf februari kunnen de studenten zelf invulling geven aan hun tussenjaar, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk te doen, te werken, naar het buitenland te gaan voor een talencursus of een mooie reis.
Het traject wordt voorafgegaan door een intakegesprek. Tijdens dit gesprek wordt bekeken of het Oriëntatietraject aansluit bij jouw situatie en verwachtingen. Het traject zelf bestaat uit uit groepsbijeenkomten, individuele coaching en ervaringsopdrachten.
Het Oriëntatietraject begint bij jou en bij het verkrijgen van inzicht in jezelf. Daarom bekijk je aan het begin van het Oriëntatietraject waar je interesses liggen, welke ideeën je hebt over bepaalde opleidingen, en wat er allemaal mogelijk is. In overleg met je coach stel je een persoonlijk actieplan op. Dat plan stel je telkens bij, zodat je het traject steeds meer kunt toespitsen op jouw voorkeur en je naar een definitieve keuze toewerkt. Daarnaast werk je samen met andere studenten. Eenmaal per week kom je een ochtend en/of middag bij elkaar in een basisgroep en wissel je kennis en ervaring uit, maak je plannen en voer je opdrachten uit. In deze basisgroep zullen naast de coach soms ook gastdocenten de inhoud van de bijeenkomst verzorgen.
Binnen het Oriëntatietraject maak je kennis met het hoger onderwijs, bijvoorbeeld door naar open dagen te gaan, je op te geven voor een proefstudeerdag of een meeloopdag. Je krijgt opdrachten om studies uit te zoeken, beroepsbeoefenaren te interviewen en meeloopdagen te organiseren. Je gaat zelf op pad en wisselt je ervaringen uit met medestudenten van het Oriëntatietraject.
Je hebt één vaste dag in de week je basisgroep. Daarnaast besteed je gemiddeld één dag per week aan informatie verzamelen over jezelf en over de studiemogelijkheden als voorbereiding op de basisgroepbijeenkomsten en gesprekken met je coach. De overige dagen kun je besteden aan werken of andere activiteiten.
Als je het Oriëntatietraject volgt, ben je ingeschreven als niet-regulier student. Je kunt wel gebruik maken van alle studentenvoorzieningen aan de UvA en de HvA: computerstudiezalen, bibliotheken en overlegruimtes, maar ook sportfaciliteiten, studentenverenigingen, mensa's en studentenkortingen. Je hebt geen recht op studiefinanciering of een Ov-jaarkaart, maar verliest ook geen studieduur voor het hoger onderwijs.

Anne Fleur Verburgh: 'Ik heb een erg goede coach.'
'Ik heb een erg goede coach en kan alles kwijt aan haar. Ze heeft steeds weer nieuwe ideeën en stimuleert enorm. Het is bijvoorbeeld heel anders dan met je ouders over studie praten, de coach heeft meer afstand en kan daardoor objectiever praten.'
Lees verder...![]()